Informatieobject

Binnen PDM is het Informatieobject een van de vijf fundamentele werkobjecten. Dit object beschrijft de informatie die binnen een werknetwerk wordt gebruikt of geproduceerd. Hoewel in gesprekken de focus vaak op activiteiten ligt, is het juist het informatieobject dat de feitelijke samenhang in het werk bepaalt.

Hieronder volgt een uitgebreide beschrijving van de kenmerken, relaties en de rol van het informatieobject:

Doel en functie

Het primaire doel van het informatieobject is het expliciet maken van de informatiestromen binnen de organisatie. Het fungeert als de verbindende factor tussen processtappen; de flow in een proces ontstaat namelijk uit de afhankelijkheden tussen stappen en de informatie die zij uitwisselen, niet uit een vooraf bepaalde nummering.

Attributen (eigenschappen)

Voor ieder informatieobject in het werknetwerk worden de volgende eigenschappen vastgelegd:

AttribuutVerplichtOmschrijving
idJaUnieke, permanente identifier die nooit wijzigt.
naamJaDe formele benaming van het object.
dragerNeeDe opslaglocatie (verplicht in de Flow View).
omschrijvingNeeDe betekenis of inhoud van het object.
categorieNeeHet type informatie.
statusNeeDe levenscyclusstatus van het object.

Relaties in het metamodel

In het PDM-metamodel is het informatieobject via twee specifieke relaties verbonden met de processtappen:

  • Processtap produceert Informatieobject: Een stap levert informatie op als resultaat of output.
  • Informatieobject wordt gebruikt door Processtap: Een stap heeft informatie nodig als input om te kunnen starten.

Een informatieobject kan door meerdere stappen worden geproduceerd en door meerdere stappen worden gebruikt.

Visuele representatie in Views

Het informatieobject wordt in de verschillende projecties van het werknetwerk als volgt weergegeven:

  • Vorm: in diagrammen wordt een informatieobject afgebeeld als een Rechthoek (Rectangle).
  • Flow View: toont hoe informatie als input en output fungeert tussen processtappen.
  • Domein View: geeft een overzicht van welke informatieobjecten onderdeel zijn van een specifiek werkdomein.
  • Uitvoerder View: laat zien welke informatie een specifieke uitvoerder nodig heeft om zijn taken te volbrengen.
  • Relatie View: toont alle afhankelijkheden van het object voor impactanalyses.

Afgeleide documentatie

Informatieobjecten zijn een essentieel onderdeel van de automatisch gegenereerde documentatie:

  • Procesbeschrijving: bevat een tabel met alle gebruikte informatieobjecten inclusief hun doel en drager.
  • Werkinstructie: specificeert exact welke informatie de bron (input) en het resultaat (output) is voor één specifieke handeling.
  • Uitvoerderprofiel: beschrijft welke informatieobjecten door een rol worden gebruikt.
  • Impactanalyse: maakt direct zichtbaar welke stappen en actoren geraakt worden wanneer een informatieobject wijzigt.

Modelleerprincipes en valkuilen

  • Normalisatie: een veelvoorkomende valkuil is dat hetzelfde informatieobject onder verschillende namen verschijnt (bijv. “incident”, “ticket” of “melding”). Het is cruciaal om objecten te identificeren onafhankelijk van hun benaming.
  • Drager versus Object: er wordt onderscheid gemaakt tussen de informatie zelf (het object) en waar deze is opgeslagen (de drager, zoals een systeem of formulier).
  • Single Source of Truth: ieder informatieobject bestaat exact één keer in het werknetwerk. Wijzigingen worden alleen in de bron doorgevoerd, waarna alle documentatie opnieuw wordt gegenereerd.