Processtap
Het is de fysieke en logische “knoop” in de SSoT waar alle overige Bouwstenen samenkomen.
Doel en functie
Het primaire doel van een Processtap is het eenduidig vastleggen van een afgeronde handeling die door een specifieke Rol wordt verricht ( Regel M9 (Actieve schrijfwijze) De naam van een processtap volgt de structuur: `[Actief Werkwoord in infinitief] + [Zelfstandig Naamwoord]` (bijv. "Controleren Factuur"). Bij een stap met een gateway-functie weerspiegelt de naam de beslissingsactiviteit (bijv. "Beoordelen Storingsprioriteit").Regel B1 (Rollen boven personen) Er worden uitsluitend abstracte, generieke operationele entiteiten (Rollen) vastgelegd, nooit de namen van specifieke medewerkers. Dit houdt het model onafhankelijk van personele wisselingen.).
In de filosofie van PDM mag een Processtap alleen bestaan als deze aantoonbaar waarde toevoegt aan de keten (de lakmoesproef van Regel M17 (De PDM-Waardetoets) Elke processtap moet aantoonbaar waarde toevoegen voor de (interne of externe) afnemer op basis van de 3 V's: Verandering (fysieke of transformationele wijziging van de input), Volgende schakel (directe, noodzakelijke voorbereiding voor de opvolgende stap), of Veiligheid (wettelijke compliance of risico-beheersing). Een stap die hier niet aan voldoet, krijgt in de metadata de status `voldoet_aan_waardetoets: false` en wordt dwingend voorzien van een reductie-advies op basis van de TIMWOODS-verpillingen ter sanering.). De werkelijke procesflow (chronologie) ontstaat hierbij niet door een vooraf handmatig getekend lijntje, maar dwingend door de onderlinge afhankelijkheid van Informatieobjecten of Fysieke objecten ( Regel P5 (Informatie-afhankelijkheid) Chronologie in de processtroom is altijd een gevolg van databeschikbaarheid. Stap B start pas als de benodigde input van stap A beschikbaar is.). Een Processtap kan pas starten zodra de vereiste input-objecten beschikbaar zijn gesteld door een voorgaande stap.
Attributen (Metadata)
Voor iedere Processtap worden in de front-matter specifieke eigenschappen vastgelegd. Dit stelt Hugo in staat om de stap correct te positioneren, te toetsen op de waarderegel en te genereren:
| Objecttype | Verplichte Attributen | Type | Optionele Attributen | Speciale Logica / Voorwaarden |
|---|---|---|---|---|
| Processtap | id
, proces_id
, title
, volgnummer
, type
, pdm_bouwsteen
, actoren
, pdm_status
, voldoet_aan_waardetoets | Processtap | pdm_substatus
, vorige_versie_id
, doeldatum_go_live
, raci_a
, raci_c
, raci_i
, actie
, omschrijving
, duur
, prioriteit
, regels
, kpis
, input
, output
, fys_object
, tools
, bottleneck
, maatregel
, uitval_impact
, fase2_ruwe_logs
, waardetoets_analyse | volgnummer is verplicht ten behoeve van chronologische Dataview- en Flow View-sortering. Actief taalgebruik (Regel T1). duur in gestandaardiseerd format (bijv. 5m, 2h). prioriteit: PDM-klasse (Laag/Medium/Hoog/Kritiek). De ‘actoren’-lijst bevat de uitvoerders (R). regels bevat ID’s van bindende richtlijnen (Guides vooraf). kpis bevat ID’s van meetwaarden (Metingen achteraf). voldoet_aan_waardetoets dwingt de Output > Input logica af; bij ‘false’ dient waardetoets_analyse gevuld te worden met het reductie-advies. pdm_status in combinatie met pdm_substatus (New/Updated/Archived) vormt de directe voeding voor de PDM Delta-berekening (Delta = SOLL - IST). |
Relaties in het Metamodel
De Processtap fungeert als het centrale transformatiepunt in de relationele grammatica van PDM. Hier komen de assen samen:
erDiagram
PROCES ||--|{ PROCESSTAP : "bestaat uit (M9)"
ROL ||--o{ PROCESSTAP : "voert uit (B1)"
HULPMIDDEL ||--o{ PROCESSTAP : "faciliteert (M4)"
REGEL ||--o{ PROCESSTAP : "kadert (M8)"
INFORMATIEOBJECT ||--o{ PROCESSTAP : "dient als input voor (P5)"
FYSIEK-OBJECT ||--o{ PROCESSTAP : "dient als input voor"
PROCESSTAP ||--o{ INFORMATIEOBJECT : "levert als output"
PROCESSTAP ||--o{ FYSIEK-OBJECT : "levert als output"
PROCES {
string id PK "Keten-ID"
string title "Procesnaam"
}
PROCESSTAP {
string id PK "Stap-ID (bijv. PS001)"
string title "Actieve handeling (T1)"
boolean voldoet_aan_waardetoets "M17 (default: true)"
string waardetoets_analyse "Onderbouwing / TIMWOODS"
}
INFORMATIEOBJECT {
string id PK "Informatie-ID"
}
FYSIEK-OBJECT {
string id PK "Object-ID"
}
ROL {
string id PK "Raci-ID"
}
HULPMIDDEL {
string id PK "Systeem-ID"
}
REGEL {
string id PK "Regel-ID"
}Behoort tot Proces ( Regel M9 (Actieve schrijfwijze) De naam van een processtap volgt de structuur: `[Actief Werkwoord in infinitief] + [Zelfstandig Naamwoord]` (bijv. "Controleren Factuur"). Bij een stap met een gateway-functie weerspiegelt de naam de beslissingsactiviteit (bijv. "Beoordelen Storingsprioriteit").): Elke Processtap is onderdeel van exact één overkoepelend Proces.
Wordt uitgevoerd door Rol ( Regel B1 (Rollen boven personen) Er worden uitsluitend abstracte, generieke operationele entiteiten (Rollen) vastgelegd, nooit de namen van specifieke medewerkers. Dit houdt het model onafhankelijk van personele wisselingen.en Regel M13 (Geen persoonsnamen) Persoonsnamen in metadata of objectnamen zijn verboden. Dit leidt tot directe afkeuring (dus geen "Excel van Jan", maar "Sjabloon Productieplanning").): Elke stap is gekoppeld aan minimaal één generieke Rol die de taak feitelijk uitvoert (RACI: Responsible).
Wordt ondersteund door Hulpmiddel ( Regel M4 (Hulpmiddel-isolatie) Een Hulpmiddel koppelen we nooit rechtstreeks aan een informatieobject of fysiek object, maar altijd aan een specifieke processtap (`Hulpmiddel --> processtap`) ten behoeve van de ketenimpact en system ketenimpact.): Specifieke applicaties, systemen of templates die de stap faciliteren worden strikt als extern hulpmiddel gekoppeld.
Wordt ingekaderd door Regel / KPI ( Regel M8 (KPI-koppeling) Een KPI is uitsluitend gekoppeld aan een proces (aggregatieniveau) of een processtap (operationeel niveau). Directe koppelingen met hulpmiddelen of rollen zijn uitgesloten.en Regel M14 (Kaderbepaling) Een regel legt uitsluitend via een inkomende verbinding (`regel --> processtap`) prescriptieve, dwingende randvoorwaarden op aan een processtap, zonder de processtroom fysiek te onderbreken of te splitsen.): Kwaliteitseisen, wetgeving of compliance-kaders die dwingend van toepassing zijn op de uitvoering van de handeling.
Consumeert & Produceert ( Regel P5 (Informatie-afhankelijkheid) Chronologie in de processtroom is altijd een gevolg van databeschikbaarheid. Stap B start pas als de benodigde input van stap A beschikbaar is.): De stap transformeert inkomende data of materialen (Informatieobject / Fysiek object) naar nieuwe, waardevolle output.
PDM-Modelleerprincipes voor Processtappen
Om de kwaliteit en consistentie van de SSoT te bewaken, gelden bij het structureren van Processtappen vier harde regels uit de pdm_regels.toml:
1. De PDM-Waardetoets (Output > Input)
Elke processtap moet aantoonbaar waarde toevoegen voor de (interne of externe) afnemer op basis van de 3 V’s: Verandering (fysieke of transformationele wijziging van de input), Volgende schakel (directe, noodzakelijke voorbereiding voor de opvolgende stap), of Veiligheid (wettelijke compliance of risico-beheersing). Een stap die hier niet aan voldoet, krijgt in de metadata de status voldoet_aan_waardetoets: false en wordt dwingend voorzien van een reductie-advies op basis van de TIMWOODS-verpillingen ter sanering.
Elke stap moet expliciet verdedigd kunnen worden op basis van de 3 V’s (Verandering, Volgende schakel, of Veiligheid). Stappen die puur historisch of administratief van aard zijn zonder deze waarde te leveren, worden via de metadata gemarkeerd met voldoet_aan_waardetoets: false om sanering in de overgang naar de productiefase af te dwingen.
2. Actief, werkwoordgestuurd taalgebruik
De naam van een processtap volgt de structuur: [Actief Werkwoord in infinitief] + [Zelfstandig Naamwoord] (bijv. “Controleren Factuur”). Bij een stap met een gateway-functie weerspiegelt de naam de beslissingsactiviteit (bijv. “Beoordelen Storingsprioriteit”).
3. De juiste korrelgrootte
Een Hulpmiddel koppelen we nooit rechtstreeks aan een informatieobject of fysiek object, maar altijd aan een specifieke processtap (Hulpmiddel --> processtap) ten behoeve van de ketenimpact en system ketenimpact.
4. Besluiten zonder beslissymbolen
In tegenstelling tot traditionele zwembaandiagrammen gebruikt PDM geen ruiten of beslissymbolen (zoals in BPMN). Een besluit is een gewone, actieve Processtap (bijv. “Beoordelen acceptatie”). De alternatieve paden in de processtroom ontstaan vanzelf door meerdere, verschillende uitgaande informatie- of objectstromen te definiëren vanaf dat specifieke punt.
De Processtap binnen de 6 PDM-Projecties
In de Hugo-kennishub fungeert de Processtap als de primaire bron voor de visualisaties:
Processtroom (Flow-view): Visueel geprojecteerd als een Rounded Rectangle (Afgeronde rechthoek) binnen het Mermaid-diagram. Let op: stappen die niet voldoen aan de Waardetoets (M17) kunnen in de portal-view visueel gemarkeerd worden als ‘verspilling’ ter voorbereiding op procesreductie.
RACI- & Rollenmatrix: Genereert direct de ‘R’ (Responsible) voor de uitvoerende Rol op deze specifieke stap.
Risicomatrix: Toont welke complianceregels en KPI-meetpunten (Regel P6) direct gekoppeld zijn aan de uitvoering van deze handeling.
Ketenimpact & Systeemimpact: Brengt de exacte informatiestromen en systeembehoeften (Hulpmiddelen) per stap in kaart.
Afgeleide documentatie: De Werkinstructie
De Processtap vormt de fundering voor de geautomatiseerde Werkinstructie op de portal. Waar een procesbeschrijving gericht is op de helikopterview van de keten, vertelt de werkinstructie de medewerker op de werkvloer exact hoe hij de stap moet uitvoeren:
De Rol: Wie voert het uit?
Hulpmiddelen: Welke software of templates moeten worden geopend (gekoppelde Hulpmiddelen via Regel M4 (Hulpmiddel-isolatie) Een Hulpmiddel koppelen we nooit rechtstreeks aan een informatieobject of fysiek object, maar altijd aan een specifieke processtap (`Hulpmiddel --> processtap`) ten behoeve van de ketenimpact en system ketenimpact.)?
Informatieobjecten: Welke documenten of data moeten klaarliggen (Input-informatieobjecten) en wat moet er direct na afloop worden opgeleverd (Output-informatieobjecten) ( Regel P5 (Informatie-afhankelijkheid) Chronologie in de processtroom is altijd een gevolg van databeschikbaarheid. Stap B start pas als de benodigde input van stap A beschikbaar is.)?
Regels en KPI’s: Aan welke kwaliteitsrichtlijnen, wetgeving of SLA’s moet de handeling voldoen (gekoppelde Regels)?