Fase 2: Inventarisatie
De centrale vraag in deze fase is: “Hoe wordt het werk op dit moment daadwerkelijk uitgevoerd?”
Kernactiviteiten in de praktijk
De inventarisatiefase bestaat uit vier praktische stappen die we direct verankeren in onze Markdown-omgeving:
- Kwalitatief Brononderzoek: We verzamelen data via gestructureerde interviews met de Operationele Experts, interactieve workshops, en letterlijke observaties (meelopen) op de werkvloer.
- De ‘Oogst’ op het Canvas registreren:
We leggen de feitelijke handelingen, informatiestromen en systemen vast in een rijke, platte lijst binnen de SSoT. Elk nieuw geïdentificeerd object krijgt in de front-matter de parameter
pdm_status: "Geinventariseerd". - Normalisatie-initiatie (Het Synoniemenregister): We starten direct met het registreren van informele vaktermen en synoniemen (conform Regel M11 (Strikte de-duplicatie) Synoniemen zijn niet toegestaan; we hanteren binnen de SSoT één genormaliseerde term. In Fase 3 dwingt de documentalist één genormaliseerde, eenduidige term af.). Dit is essentieel om te voorkomen dat verschillende benamingen voor hetzelfde object later als dubbele data in het model belanden.
- Het resultaat: Een rijke, maar nog ongestructureerde database van alle PDM-bouwstenen rechtstreeks uit de praktijk, centraal herleidbaar op het Canvas.
Gebruikte bronnen en methoden
Om de harde praktijk boven water te krijgen, leunen we op vier pijlers:
- Praktijkobservaties (Meelopen): Het letterlijk meekijken op de werkvloer. We observeren welke fysieke handelingen worden verricht, welke systemen écht worden geopend en waar de informele knelpunten liggen.
- SME-Interviews: Diepgaande, gerichte interviews met de actieve uitvoerders van de processen.
- Systeemanalyse: Het onderzoeken van ERP-, CRM- of ticketsystemen om te valideren welke datavelden en statussen daadwerkelijk dwingend zijn in de keten.
- Bestaande documentatie: Het raadplegen van oude handleidingen of procedures. Let op: deze documenten dienen puur als bron, maar zijn nooit de absolute waarheid.
Status van de PDM-Bouwstenen in de Inventarisatiestand
Tijdens Fase 2 identificeren en verzamelen we gegevens over alle 8 bouwstenen uit de PDM-systematiek:
- Werkdomein: We toetsen of de geïdentificeerde processen logisch binnen het in Fase 1 vastgestelde Werkdomein passen (Regel M6 & M15).
- Proces: We verzamelen de ruwe processtromen en informele ketens binnen de vastgestelde scope.
- Processtap: We loggen alle feitelijke, actieve handelingen die vandaag de dag worden uitgevoerd (Regel M9).
- Informatieobject: We identificeren alle documenten, data en signalen die als input of output dienen (Regel M10). De chronologie van de stroom ontstaat puur uit deze informatie-afhankelijkheid (Regel P5).
- Fysiek object: We leggen de tastbare materialen, dragers of hardware vast die door de operatie worden verwerkt of verplaatst.
- Rol: We registreren welke generieke, organisatorische rollen of systemen het werk feitelijk uitvoeren. We vermijden hierbij strikt persoonsnamen (Regel B1 & M13).
- Hulpmiddel: We brengen de software, applicaties of specifieke templates in kaart die de processtappen ondersteunen (Regel M4).
- Regel / KPI: We loggen de vigerende compliance-kaders, interne werkregels en de operationele meetpunten (KPI’s) die de stappen beïnvloeden (Regel M8, M14 & P6).
Veelvoorkomende valkuilen & de PDM-aanpak
| Valkuil op de werkvloer | De PDM-Aanpak (Hoe lossen we het op?) |
|---|---|
| Geschreven procedures als waarheid aannemen. Documenten beschrijven vaak de ideale, verouderde theorie (SOLL), terwijl de weerbarstige praktijk van vandaag (IST) leidend moet zijn voor ons model. | De observatie regeert: Wat de documentalist met eigen ogen ziet gebeuren op de werkvloer is de leidende input voor het model, niet de stoffige PDF op het intranet. |
| Uitzonderingen als standaard zien. Medewerkers herinneren zich zeldzame incidenten vaak beter dan de reguliere stroom. Dit leidt tot onnodig complexe procesbeschrijvingen. | Focus op de 80% (Occam’s Razor): We dwingen de focus op de ‘Happy Flow’. Uitzonderingen worden uitsluitend gemodelleerd als ze aantoonbare keten- of compliance-impact hebben (Regel B0). |
| Focus uitsluitend op activiteiten. Interviews verzanden vaak in puur taakgerichte verhalen (“en dan doe ik dit”), waardoor informatie-afhankelijkheden onzichtbaar blijven. | Informatie-uitvraag: De documentalist vraagt consequent door: “Welke specifieke informatie of welk bestand heb je nodig om deze stap te kunnen starten, en wat lever je precies op als je klaar bent?” (Regel P5). |
| Schaduw-IT over het hoofd zien. Medewerkers gebruiken vaak eigen Excel-lijsten of lokale macro’s om systeemtekortkomingen op te vangen. | Hulpmiddelen traceren: Elk onofficieel bestand of schaduwsysteem wordt expliciet als Hulpmiddel gelogd en via Regel M4 gekoppeld aan de processtap. Dit is essentieel voor een reële ketenimpact-analyse. |
Validatie 2: Inventarisatiecheck
De overgang van Fase 2 naar Fase 3 (Analyse & Structurering) wordt pas vrijgegeven zodra de Model Steward en de Proceseigenaar groen licht geven bij Validatie 2: Inventarisatiecheck.
graph LR
F2(Fase 2: Inventarisatie) --> G2(Validatie 2: Inventarisatiecheck) --> F3(Fase 3: Analyse & Structurering)Bij deze Validatie toetsen we de volgende criteria:
Compleetheid: Alle 8 bouwstenen binnen de scope van Fase 1 zijn geïdentificeerd en gelogd met de status
Geinventariseerd.Kwalitatieve dekking: De belangrijkste SME’s van de betrokken Rollen zijn gesproken en de feitelijke praktijk is geobserveerd.
Systeeminventarisatie: Alle gebruikte applicaties, schaduw-IT en informele hulpmiddelen zijn in kaart gebracht.
Synoniemenlijst: De eerste ruwe lijst met dubbelzinnige termen en synoniemen is opgesteld en klaar voor sanering in Fase 3.
Als we te snel doorstoten zonder deze check, gaan we in Fase 3 een incompleet of onjuist model structureren. Zodra Validatie_status: APPROVED is gezet, starten we met de formele normalisatie en het platgrijpen van de data.
Gelinkte pagina’s en navigatie
| Titel | Beschrijving |
|---|---|
| Validatie 2 - Inventarisatiecheck | Onbetrouwbare input leidt tot een gebrekkig model. Een kritische kwaliteitstoets op de compleetheid en diepgang van alle verzamelde brondata en interviewverslagen alvorens de analyse te starten. |