Validatie 3 - Canvas-freeze

Het hoofddoel van Validatie 3 (Canvas-freeze) is het formeel vastleggen en bevriezen van de procesarchitectuur. Waar Fase 2 gericht was op het ophalen van een ‘rijke, platte lijst’ aan ingrediënten, draait Fase 3 om de synthese: het opbouwen van een mathematisch en logisch sluitend Werknetwerk.

Tijdens Validatie 3 wordt getoetst of alle verhalende tekstblokken en interviewverslagen volledig zijn ontmanteld tot unieke PDM-Bouwstenen. Zodra deze validatie succesvol is afgerond, wordt het PDM Canvas als Single Source of Truth (SSoT) ‘bevroren’. Mutaties of uitbreidingen aan de structuur zijn vanaf dit punt uitsluitend nog mogelijk via gecontroleerd beheer.

Exitcriteria voor Validatie 3

Om Fase 3 succesvol af te sluiten en door te stromen naar Fase 4 (Documentatie & Generatie), moet het gemodelleerde Werknetwerk aantoonbaar voldoen aan de onderstaande vijf exitcriteria:

ExitcriteriumToelichting
Terminologie geformaliseerdSynoniemen zijn genormaliseerd tot eenduidige PDM-termen.
Relaties logisch sluitendGeen zwevende objecten of doodlopende procespaden.
Rollen gedefinieerdPersoonsnamen zijn geabstraheerd naar rollen/systeementiteiten.
Korrelgrootte uniformProcesstappen zijn consistent atomisch.
Narratief omgezet naar objectenTekstblokken zijn ontmanteld tot PDM-bouwstenen.

Het validatieproces in de praktijk

De uitvoering van Validatie 3 is opgebouwd uit drie opeenvolgende methodische stappen:

Stap 1: Interne Modelreview

Logische integriteit

Voordat het model wordt voorgelegd aan de organisatie, voert de Procesdocumentalist een ‘droge’ integriteitscheck uit op de modelbron.

  • Aangekoppelde Rollen: Elke processtap is toegewezen aan exact één verantwoordelijke Rol of geautomatiseerde Actor.
  • Koppelregel borgen: Twee processtappen mogen nooit rechtstreeks aan elkaar geschakeld zijn. De overdracht tussen stappen verloopt verplicht via een tussenliggend Informatieobject of Fysiek Object.
  • Spoorloosheid & Lekken: Er zijn geen zwevende objecten, doodlopende paden of gegevens die worden geproduceerd maar nergens als Input fungeren.
Stap 2: Structuur- & Data-validatie (Expertcheck)

Het geabstraheerde model wordt getoetst bij de Informatie-architect, Data Steward of Enterprise Architect van de organisatie.

  • Doel: Controleren of de genormaliseerde benamingen van systemen (Hulpmiddelen) en data-entiteiten (Informatieobjecten) naadloos aansluiten bij de bredere organisatie-architectuur.
  • Aanpak: Verifiëren dat informele systeemnamen of lokale vaktaal zijn geabstraheerd naar de officiële domeinterminologie.
Stap 3: Formele Canvas-freeze

Vrijgave door Proceseigenaar

Het gestructureerde Werknetwerk wordt gepresenteerd aan de Process Owner.

  • Toelichting: Omdat de ruwe verhalen zijn omgezet in een abstracter model, licht de Procesdocumentalist de gemaakte architectonische keuzes en normalisaties toe.
  • Besluit: De Proceseigenaar bevestigt dat het model de operationele werkelijkheid in de juiste structuur weerspiegelt en geeft akkoord op het bevriezen van het Canvas.
Info

Het principe van de Canvas-freeze Waar Fase 2 de ingrediënten opleverde, levert Fase 3 het ‘gestructureerde recept’. Door het Canvas bij Validatie 3 te bevriezen, ontstaat een stabiel fundament. Generatiescripts en documentatietemplates in Fase 4 kunnen daardoor gegarandeerd rekenen op een voorspelbare en foutloze datastructuur.

Status van de PDM-Bouwstenen bij Validatie 3

Bij het behalen van Validatie 3 hebben alle PDM-Bouwstenen hun definitieve, gestructureerde vorm gekregen in het Werknetwerk:

BouwsteenStatus op het PDM Canvas bij Validatie 3
Processen & ProcesstappenProcesstappen zijn atomaire eenheden, benoemd volgens de actieve werkwoord-zelfstandig naamwoord regel, en chronologisch geordend zonder directe stapaansluitingen.
InformatieobjectenGenormaliseerd en relationeel verankerd als verplichte koppelschakel (Input/Output) tussen opeenvolgende processtappen.
Actoren & RollenVolledig geabstraheerd van individuele persoonsnamen naar unieke, herbruikbare Rollen of Systeementiteiten.
HulpmiddelenUniek gedefinieerd en gekoppeld aan de specifieke processtappen waar de applicatie of machine als Enabler wordt ingezet.
Fysieke ObjectenTastbare materiaal- of documentstromen zijn geïsoleerd en fungeren als fysieke Input/Output bij de betreffende stappen.
Basisregels (Guides)Prescriptieve regels zijn als zelfstandige objecten gekoppeld aan de specifieke processtappen die zij vooraf conditioneren.

Zodra de criteria op groen staan en het Canvas formeel is bevroren, is de modelbron gereed voor geautomatiseerde verwerking in Fase 4 (Documentatie & Generatie).

Real-time voorbeeld

Beoordeeld door: Martin van Pelt op 2026-06-22
Gate Status: PENDING

CriteriumStatusToelichting
Terminologie geformaliseerdSynoniemen zijn genormaliseerd tot eenduidige PDM-termen.
Relaties logisch sluitendGeen zwevende objecten of doodlopende procespaden.
Rollen gedefinieerdPersoonsnamen zijn geabstraheerd naar rollen/systeementiteiten.
Korrelgrootte uniformProcesstappen zijn consistent atomisch.
Narratief omgezet naar objectenTekstblokken zijn ontmanteld tot PDM-bouwstenen.