Verantwoordelijkheidsmatrix (RACI) - [Procesnaam]

Details

Deze matrix is een directe afgeleide van de actieve relaties tussen Processtappen, Uitvoerders en Informatieobjecten. Handmatige aanpassingen in de letters zijn niet toegestaan; fouten in de matrix betekenen dat de relaties in het centrale model gecorrigeerd moeten worden.

Processtap ID & Naam[Rol A: Uitvoerder 1][Rol B: Uitvoerder 2][Rol C: Proceseigenaar][Fysieke Drager / Locatie]
[STAP-01] [Naam Stap 1]R (Voert uit)I (Ontvangt output)A (Eigenaar)[Bak 'Ingekomen']
[STAP-02] [Naam Stap 2]C (Levert input)R (Voert uit)A (Eigenaar)[Fysiek Logboek]
[STAP-03] [Naam Stap 3]A (Eigenaar)[Ordner Archief]

Matrix-audit & relatie-verificatie

Een controle op de modelintegriteit:

  • Zijn er stappen zonder R? [Ja/Nee] (Indien ja: modelfout. Elke stap moet een uitvoerder hebben).
  • Zijn er stappen met meerdere A’s? [Ja/Nee] (Indien ja: modelfout. De escalatielijn is onzuiver).
  • Zijn de C’s en I’s herleidbaar? Elke I in deze matrix moet direct corresponderen met een fysiek overdrachtsmoment van een Informatieobject op een specifieke Drager.

PDM-Modelleerregels voor de Matrix

  1. R (Responsible): Wordt automatisch toegekend aan de Uitvoerder die via de relatie “voert uit” aan de processtap is gekoppeld. (Er is altijd exact één primaire ‘R’ per stap).
  2. A (Accountable): Ligt standaard en onwrikbaar bij de Proceseigenaar van de overkoepelende container (het proces).
  3. C (Consulted): Wordt afgeleid uit de Informatie-Input. Als processtap X informatie gebruikt die door een andere rol is voorbereid, of als een regel stelt dat een specifieke functionaris advies moet geven via een document, krijgt die rol een C.
  4. I (Informed): Wordt afgeleid uit de Informatie-Output. Zodra de processtap een informatieobject oplevert (output) op een drager waar een volgende rol zijn werk mee moet starten, wordt die volgende rol automatisch ‘Informed’ (fysieke overdracht).