Mappenstructuur

Om de integriteit en het onderhoud van de SSoT te waarborgen, hanteert PDM een strikte en uniforme mappenstructuur binnen het Hugo-project. Deze structuur scheidt de ruwe data (Markdown) consequent van de logica (HTML/JS templates) en statische bestanden (afbeeldingen, bijlagen).

PDM-Projectoverzicht

Hieronder zie je de fysieke opbouw van het project op de harde schijf:

pdm-project/
β”œβ”€β”€ hugo.toml                            # Centrale configuratie van de portal (Relearn-thema)
β”œβ”€β”€ content/                             # DE CONTENT ROOT
β”‚   β”œβ”€β”€ _index.md                        # Landingspagina van de portal
β”‚   └── PDM/                             # De centrale PDM-omgeving (SSoT)
β”‚       β”œβ”€β”€ bouwstenen/                  # DE BRON (SSoT): De PDM-bouwstenen
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ werkdomein/              # De organisatorische afbakeningen (M15)
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ proces/                  # De processen met start- en eindstatus
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ processtappen/           # De individuele handelingen (incl. M17 Waardetoets)
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ rollen/                  # Abstracte operationele entiteiten (B1)
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ informatieobjecten/      # Statusbeschrijvingen van data/informatie (M10)
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ regels/                  # Prescriptieve randvoorwaarden (M14)
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ kpis/                    # Meetbare indicatoren (M16)
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ hulpmiddelen/            # Systemen, applicaties en templates (M4)
β”‚       β”‚   └── fysieke-objecten/        # MateriΓ«le stromen en fysieke materialen
β”‚       β”œβ”€β”€ documenten/                  # DE CONTEXT: De menselijk leesbare documenten
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ procesbeschrijvingen/    # Tactisch overzicht van de procesketen
β”‚       β”‚   β”œβ”€β”€ werkinstructies/         # Operationele handleidingen per rol
β”‚       β”‚   └── rollenprofielen/         # Samenvatting van taken per rol
β”‚       └── projecties/                  # DE WEERGAVEN: Geautomatiseerde, dynamische views
β”‚           β”œβ”€β”€ processtroom/            # De visuele flow-views (Mermaid)
β”‚           β”œβ”€β”€ raci-matrix/             # Sluitende RACI-overzichten (P1 & P2)
β”‚           β”œβ”€β”€ risicomatrix/            # Risico's en minimalistische controls (P3 & P4)
β”‚           β”œβ”€β”€ ketenimpact/             # De informatiestromen door de keten (P5)
β”‚           β”œβ”€β”€ systeemimpact/           # Impact op applicaties en hulpmiddelen
β”‚           └── kaderoverzicht/          # Statische KPI- en regeldefinities (P6)
β”œβ”€β”€ layouts/                             # DE PRESENTATIELAAG: Sjablonen en macro's
β”‚   └── shortcodes/                      # Custom shortcodes (o.a. {{ < toon-pdm-regel > }})
└── public/                              # DE OUTPUT: Volledig gegenereerde portal (HTML)

Regels

Regel M15 (Naamgeving Werkdomein)

De naam van een Werkdomein is altijd een zelfstandig naamwoord of een thematische naamwoordgroep (bijv. “Incident Management” of “FinanciΓ«n”), nooit een actiewerkwoord.

Regel M17 (De PDM-Waardetoets)

Elke processtap moet aantoonbaar waarde toevoegen voor de (interne of externe) afnemer op basis van de 3 V’s: Verandering (fysieke of transformationele wijziging van de input), Volgende schakel (directe, noodzakelijke voorbereiding voor de opvolgende stap), of Veiligheid (wettelijke compliance of risico-beheersing). Een stap die hier niet aan voldoet, krijgt in de metadata de status voldoet_aan_waardetoets: false en wordt dwingend voorzien van een reductie-advies op basis van de TIMWOODS-verpillingen ter sanering.

Regel B1 (Rollen boven personen)

Er worden uitsluitend abstracte, generieke operationele entiteiten (Rollen) vastgelegd, nooit de namen van specifieke medewerkers. Dit houdt het model onafhankelijk van personele wisselingen.

Regel M10 (Passieve informatie)

Een informatieobject of fysiek object beschrijft puur de status of het materiaal (bijv. “Geverifieerd P1-ticket” of “Houten pallet”) en bevat geen actiewerkwoord.

Regel M14 (Kaderbepaling)

Een regel legt uitsluitend via een inkomende verbinding (regel --> processtap) prescriptieve, dwingende randvoorwaarden op aan een processtap, zonder de processtroom fysiek te onderbreken of te splitsen.

Regel M16 (KPI-Formulering)

De naam van een KPI weerspiegelt altijd een meetbare status of indicator (bijv. “Eerste Lijn Oplospercentage” of “Doorlooptijd Triage”), nooit een instructie of kader.

Regel M4 (Hulpmiddel-isolatie)

Een Hulpmiddel koppelen we nooit rechtstreeks aan een informatieobject of fysiek object, maar altijd aan een specifieke processtap (Hulpmiddel --> processtap) ten behoeve van de ketenimpact en system ketenimpact.

Regel P1 (Geen polder-RACI)

Rollen en verantwoordelijkheden volgen direct uit de netwerkstructuur en worden niet achteraf onderhandeld. Degene die de actie uitvoert is Responsible (R), de formele proces- of domeineigenaar is Accountable (A).

Regel P2 (Sluitende RACI)

Per processtap is er exact één eindverantwoordelijke (Accountable) en minimaal één uitvoerder (Responsible). Overbodige Consulted (C) en Informed (I) rollen worden weggelaten tenzij er een harde conditionerende regel aan ten grondslag ligt.

Regel P3 (Geen losse registers)

Risico’s en beheersmaatregelen (controls) bestaan nooit onafhankelijk van de operatie; ze zijn altijd direct gekoppeld aan een specifiek uniek object in het netwerk.

Regel P4 (Minimalistische controls)

Beheersmaatregelen worden direct verweven als een verplichte conditie of input-eis in de processtap zelf om administratieve wildgroei te voorkomen.

Regel P5 (Informatie-afhankelijkheid)

Chronologie in de processtroom is altijd een gevolg van databeschikbaarheid. Stap B start pas als de benodigde input van stap A beschikbaar is.

Regel P6 (Geen live-metingen)

Het kaderoverzicht (KPI’s en regels) registreert uitsluitend vooraf vastgestelde definities, normen en kaders. Er worden binnen PDM geen live-metingen verricht om rust en voorspelbaarheid te borgen.

PDM-pijlers in de content-map

Bouwstenen

Dit is de SSoT van de organisatie. Elk object (een specifieke processtap, een applicatie, een rol of een regel) bestaat hier op exact één plek ( Regel B3 (De Single Source of Truth - SSoT) Elk stukje informatie bestaat binnen het model op exact één centrale plek. Wijzigingen vinden uitsluitend plaats bij de bron; de doorwerking naar alle afgeleide weergaven is consistent en sluitend.) als een individueel .md-bestand.

  • Deze bestanden bevatten minimale tekst, maar zijn extreem rijk aan YAML-front-matter (metadata).
  • Hier leggen we de harde relaties (UID-koppelingen) tussen de bouwstenen vast. Er is hier geen sprake van hiΓ«rarchie, alleen van een netwerk van relaties.

Documenten

Dit is de verhalende laag waarin we de data uit de bouwstenen presenteren in een vorm die prettig leesbaar is voor de organisatie.

  • De Model Steward typt de documenten niet handmatig. De pagina’s in de mappen procesbeschrijving, werkinstructies/ en rolprofielen halen via Hugo-shortcodes dynamisch de benodigde bouwstenen op uit de map bouwstenen/.
  • Dit voorkomt dat werkinstructies en procesbeschrijvingen uit sync lopen: wijzig je een hulpmiddel bij een processtap in de bouwstenen, dan is de werkinstructie direct overal up-to-date.

Projecties

De projectiemap bevat de pagina’s die de analytische doorsnedes van het werknetwerk tonen.

  • Deze pagina’s zijn leeg qua content, maar bevatten specialistische lay-out-logica (macro’s).

  • Zodra Hugo compileert, scant hij alle actieve relaties in de SSoT en genereert hij volledig automatisch de visualisaties (zoals een Mermaid-processtroom of een sluitende RACI-matrix). Dit sluit handmatige fouten of Regel P1 (Geen polder-RACI) Rollen en verantwoordelijkheden volgen direct uit de netwerkstructuur en worden niet achteraf onderhandeld. Degene die de actie uitvoert is Responsible (R), de formele proces- of domeineigenaar is Accountable (A).volledig uit.