PDM Waardetoets
Het uitgangspunt is simpel: iedere processtap moet aantoonbare waarde toevoegen aan de keten. Is dat niet het geval, dan is er sprake van verspilling en markeren we de stap direct in de documentatie om sanering of herontwerp af te dwingen.
Wat is waarde binnen PDM?
Binnen PDM definiëren we waarde heel concreet via de dragers van het proces: het Informatie-object (en optioneel het gekoppelde Fysieke object).
Een processtap voegt geen waarde toe door simpelweg “bezigheid” te genereren of informatie te verplaatsen, maar door de status, kwaliteit of inhoud van het object te transformeren ten behoeve van de ontvanger.
Details
De PDM-waardefilosofie in één zin
Waarde is de mate waarin een processtap de status van een Informatie-object (of Fysiek object) zodanig transformeert dat de direct volgende stap direct, foutloos en veilig verder kan.
Om deze toets objectief en consistent toe te passen op een processtap, kijken we of de transformatie van het Informatie-object voldoet aan de 3 V’s van waarde:
1. Verandering (transformatie van het object)
De stap heeft de status, vorm of inhoud van het Informatie-object wezenlijk veranderd of verrijkt. Zonder verandering van het object is er sprake van stilstand of verplaatsing.
- De toets: Is de status van het Informatie-object na deze stap aantoonbaar dichter bij het eindresultaat gebracht?
- Voorbeeld: Het Informatie-object
Aanvraagverandert van de statusIngekomennaar de statusGeprioriteerd.
2. Volgende schakel (randvoorwaarde voor de afnemer)
De transformatie van het Informatie-object is een absolute randvoorwaarde voor de direct volgende processtap om zijn werk te kunnen uitvoeren.
- De toets: Voldoet het opgeleverde Informatie-object exact aan de acceptatiecriteria van de volgende rol/stap in de keten, zonder dat deze eerst uitzoek- of herstelwerk moet verrichten?
- Voorbeeld: Een behandelaar kan de stap Beoordelen aanvraag pas uitvoeren als het Informatie-object
Aanvraagdossierde statusCompleet gevalideerdheeft gekregen.
3. Veiligheid (risico & compliance)
De verandering in het Informatie-object voegt voor de eindklant misschien geen directe functionele wens toe, maar borgt dat het object voldoet aan wet- en regelgeving of kwaliteitskaders (Business Value-Add).
- De toets: Waarborgt de verandering in het Informatie-object dat we risico’s, datalekken of boetes voorkomen voordat het object wordt overgedragen?
- Voorbeeld: Het Informatie-object
Klantovereenkomstkrijgt na een geautomatiseerde privacy-toets de expliciete statusAVG-geconformeerd.
Hoe bepaal je of een stap aan de waardetoets voldoet?
Om te bepalen of een specifieke processtap de kwaliteitsgrens doorstaat, doorloop je als procesdocumentalist of analist dwingend onderstaand 3-stappen beslispad op het niveau van het Informatie-object:
Het PDM-beslispad
Vraag 1 (Verandering): Verandert er expliciet een attribuut, de inhoud of de formele status van het Informatie-object gedurende deze stap?
- Nee? $\rightarrow$ De stap is verdacht van stilstand of overbodige verplaatsing. Ga door naar vraag 3.
- Ja? $\rightarrow$ Ga naar vraag 2.
Vraag 2 (Volgende schakel): Maakt déze specifieke verandering in het Informatie-object het voor de volgende actor mogelijk om zijn stap uit te voeren, zonder dat er extra herstel- of uitzoekwerk nodig is?
- Ja? $\rightarrow$ Voldoet aan waardetoets (
true). - Nee? $\rightarrow$ Ga naar vraag 3.
- Ja? $\rightarrow$ Voldoet aan waardetoets (
Vraag 3 (Veiligheid): Verkleint het uitvoeren van deze stap aantoonbaar een reëel risico op het gebied van wetgeving, compliance of data-integriteit ten aanzien van het Informatie-object?
- Ja? $\rightarrow$ Voldoet aan waardetoets (
true). (Aangemerkt als Business Value-Add). - Nee? $\rightarrow$ Voldoet NIET aan waardetoets (
false).
- Ja? $\rightarrow$ Voldoet aan waardetoets (
Rode vlaggen (Indicatoren van verspilling)
Als een processtap een van de onderstaande kenmerken vertoont, doorstaat hij de toets in de regel niet (voldoet_aan_waardetoets: false):
| Signalering in de praktijk | Verspillingstype (TIMWOODS) | Waarom geen waarde? |
|---|---|---|
Status is identiek: Input = Factuur [Ontvangen], Output = Factuur [Ontvangen] (bijv. enkel doorsturen of bekijken). | Transportation / Motion | Geen statusverandering ($\Delta \text{Objectstatus} = 0$). |
| Dubbele controle: Een al gevalideerd gegeven handmatig nogmaals ‘dubbelchecken’ zonder dat het risicoprofiel dat vereist. | Overprocessing | Voegt geen nieuwe informatie of veiligheid toe aan de volgende schakel. |
| Wachten op accordering: Een parafencircuit waar alleen een handtekening wordt gezet zonder inhoudelijke inhoudstoets. | Waiting / Overprocessing | Vertraagt de doorloop van het Informatie-object zonder inhoudelijke kwaliteitsverhoging. |
| Herstelwerk: Gegevens opnieuw opvragen of corrigeren omdat een eerdere stap een incompleet object heeft opgeleverd. | Defects / Rework | Corrigeert het gebrek aan waarde uit een eerdere stap, maar voegt zelf geen eenduidige nieuwwaarde toe. |
PDM-attributen voor de waardetoets
Om te voorkomen dat we de waardetoets buiten de documentatie om moeten uitvoeren, is deze volledig geïntegreerd in de metadata van de Processtap. Elke stap bevat dwingend de volgende twee attributen (SSoT):
voldoet_aan_waardetoets[boolean, default: true]: Geeft aan of de transformatie van het Informatie-object voldoet aan de 3 V’s.waardetoets_analyse[string, optioneel]: De onderbouwing van de toets. Bijfalsebevat dit veld het specifieke verspillingstype (TIMWOODS) en het advies voor sanering of herontwerp.
Toepassing in de praktijk (voorbeeld)
Hieronder zie je hoe een waardevolle stap én een verspillende stap (met verbeterpotentieel) eenduidig binnen PDM worden gedocumenteerd.
Voorbeeld 1: Offerte opstellen
Voorbeeld 2: Dubbele invoercontrole (Verspilling / Reductiepotentieel)
Verbeteragenda genereren
Door de waardetoets op te nemen als metadata (voldoet_aan_waardetoets: false), kun je via de site-generator of querytools direct een automatische lijst genereren van alle ‘verspillende’ stappen binnen een werkdomein. Dit vormt de directe input voor procesoptimalisatie met de proceseigenaar.