Checklist voor Procesdocumentatie Intake

Doel: Het vaststellen van de context, grenzen en vereisten voor de gedocumenteerde bedrijfsprocessen.

Fase 1: Context en Mandaat

Waarom en Wie

Dit deel legt de organisatorische en projectcontext vast.

ID Onderwerp Vraagstelling Relevantie voor Procesdocumentatie Status Opmerkingen
1.1 Project Mandaat & Eigenaarschap Wie is de opdrachtgever en wie is de Copafijth projectmanager? Bepaalt de eindverantwoordelijke voor het procesmodel.
1.2 Documentbeheer Kent het documentproject mandaat versiebeheer? Waar is dit document opgeslagen? Zorgt voor traceerbaarheid van alle inputdocumenten.
1.3 Procesdoelstelling (Business) Aan welke kernwaarde(n) van de organisatie levert het proces/project een bijdrage? Bepaalt de strategische focus van de documentatie.

Fase 2: Probleem en Doelstelling

Wat moet er veranderen?

Dit deel definieert de noodzaak voor de documentatie.

ID Onderwerp Vraagstelling Relevantie voor Procesdocumentatie Status Opmerkingen
2.1 Probleemdefinitie Wat is het specifieke probleem dat moet worden opgelost? Bepaalt de focus van de procesanalyse (de ‘as-is’ en ’to-be’).
2.2 Oorzaak & Gevolgen Waar in de bedrijfsprocessen ligt de oorzaak(en) van het probleem? Wat zijn de gevolgen? Identificeert waar de documentatie zich moet richten (procesniveau vs. systeemniveau).
2.3 Doelstelling Specificatie Hoe zou de gewenste toestand (de oplossing) gespecificeerd kunnen worden in termen van processen? Vertaalt businessdoelen naar meetbare procesvereisten.

Fase 3: Scope en Beperkingen

Wat wordt gedocumenteerd?

Dit deel definieert de grenzen van het te documenteren proces.

ID Onderwerp Vraagstelling Relevantie voor Procesdocumentatie Status Opmerkingen
3.1 Scope Afbakening Waar in het bedrijfsproces ligt de exacte scope van de procesopdracht? Bepaalt welke processen en subprocessen worden opgenomen in de documentatie.
3.2 Exclusies & Discussie Welke issues vallen buiten scope of liggen ter discussie bij de opdrachtgever? Voorkomt onnodige documentatie van niet-scope items.
3.3 Roadmap (Stappen) Hoe ziet de roadmap naar het projectdoel eruit in stappen of incrementen? Helpt bij het structureren van de procesdocumentatie per fase.

Fase 4: Randvoorwaarden

Dit deel identificeert de externe beperkingen die de processen beïnvloeden.

ID Onderwerp Vraagstelling Relevantie voor Procesdocumentatie Status Opmerkingen
4.1 Randvoorwaarden Welke zakelijke kaders zijn van toepassing (bv. wet- en regelgeving, kernwaarden)? Bepaalt de operationele grenzen van het procesontwerp.
4.2 Technische renadvoorwaarden Wat zijn de technische beperkingen t.a.v. beheer, exploitatie en beveiliging? Essentieel voor het documenteren van systeeminteracties (interfaces).
4.3 Technologiekeuzes Zijn er vooraf bepaalde eisen of beperkingen in de te kiezen technologieën? Beïnvloedt de modellering van IT-processen en workflows.

Fase 5: Betrokken Partijen en Architectuur

Dit deel identificeert wie betrokken is bij het proces, welke systemen er gebruikt worden en hoe deze met elkaar communiceren.

ID Onderwerp Vraagstelling Relevantie voor Procesdocumentatie Status Opmerkingen
5.1 Rollen & Verantwoordelijkheden (RACI) Welke rollen/personen zijn betrokken bij het uitvoeren van de processen? Wat is de specifieke verantwoordelijkheid voor elke stap? Essentieel voor het vaststellen van wie welke actie uitvoert in het procesmodel.
5.2 Systemen & Tools Welke systemen, applicaties of tools worden gebruikt om deze processen uit te voeren (bv. ERP, CRM, interne workflows)? Bepaalt de technische context en de noodzaak voor systeemintegratie in het procesmodel.
5.3 Data Input & Output Welke data wordt als input naar het proces geleverd? Welke resultaten/outputs worden gegenereerd door het proces? Definieert de grenzen van de informatie die moet worden gemodelleerd en gecontroleerd.
5.4 Procesinterfaces Zijn er externe systemen of processen met wie dit proces interacteert (invoer/uitvoer)? Hoe verloopt deze interactie? Identificeert kritieke koppelingen en potentiële foutpunten in de flow.
5.5 Beslismomenten & Controlepunten Op welke punten in het proces zijn er beslissingen nodig, controles of validaties die een afwijking van de standaardstroom kunnen veroorzaken? Bepaalt waar controlemechanismen en uitzonderingsafhandelingen (exceptions) moeten worden gedocumenteerd.

Samenvatting van de Volledige Structuur

De volledige structuur, gebaseerd op uw initiële input en deze uitwerking, ziet er als volgt uit:

  1. Fase 1: Context en Mandaat (Waarom en Wie)
  2. Fase 2: Probleem en Doelstelling (Wat moet er veranderen?)
  3. Fase 3: Scope en Beperkingen (Wat wordt gedocumenteerd?)
  4. Fase 4: Constraints en Architectuur (De Randvoorwaarden)
  5. Fase 5: Betrokken Partijen en Architectuur (De Flow)

Deze structuur zorgt ervoor dat u, voordat u begint met het ontwerpen van de ‘as-is’ of ’to-be’ processen, alle noodzakelijke externe context, beperkingen en actoren heeft vastgelegd.